Waarom er geen bruine verkeerslichten bestaan

Artikel gepubliceerd in het januarinummer van Filosofie Magazine:

Wittgenstein schreef zijn hele leven over kleur. Met zijn kleurraadsels tart hij de grenzen van ons voorstellingsvermogen, zeggen filosoof Michel ter Hark en kunstenaar Tine Wilde. Wittgenstein laat daarmee zien dat filosofie niet alleen draait om nadenken, maar ook een creatieve prestatie is.

Wittgenstein had een oudere zus, Hermine, die verdienstelijk schilderde. Op zijn negentiende schreef Ludwig haar een brief. Aardige pogingen, die schilderijen van haar, maar van hoek-afhankelijke kleuren had ze geen kaas gegeten. Teken eerst maar eens een geometrisch model van een piramide, adviseerde Wittgenstein, dan snap je er misschien meer van.

Zijn leven lang bleef de filosoof gefascineerd door kleur. Hij kwam er onder andere op terug in Some Remarks on Logical Form en Philosophische Bemerkungen. Na Wittgensteins dood in april 1951 werden er bovendien tal van notities over kleur in zijn bureauladen teruggevonden. Die verschenen in de postume uitgave Over kleur.

Ondanks deze rode draad in zijn werk schuiven veel Wittgenstein-kenners zijn kleurenonderzoek terzijde. Het gezaghebbende Oxford Handbook of Wittgenstein bevat bijvoorbeeld geen zelfstandig hoofdstuk over kleur.

Voor Tine Wilde is Over kleur echter een sleutel voor Wittgensteins denken over de grenzen van het menselijke denk- en voorstellingsvermogen. Wilde is beeldend kunstenaar en filosoof. Ze studeerde aan de Universiteit van Amsterdam af op Wittgensteins kleurenonderzoek. ‘Misschien zijn die opmerkingen over kleur aansprekender voor kunstenaars dan voor theoretici,’ speculeert Wilde. ‘Zo ben ik me bij mijn fotografische werk gaan afvragen: hoe maak ik een doorzichtig wit? Dat is een typisch wittengensteiniaans raadsel.’

Over kleur staat bol van zulke raadsels en prikkelende vragen. Ander voorbeeld: waarom kan een grijze vlam niet bestaan? Michel ter Hark, emeritus hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Amsterdam, legt uit: ‘Wittgenstein lost dat raadsel op door te kijken naar hoe we met het begrip “grijs” omgaan.’ Dat is een heel andere aanpak dan de natuurkundige bril opzetten, wat mensen vaak gewend zijn om te doen. Grijs is een vorm van verduistering, stelt Wittgenstein, dus een grijze vlam zou donkerder moeten zijn dan de omgeving. Maar typerend aan een vlam is juist dat deze gloeit, en daarom moet die aanzienlijk lichter zijn dan de omgeving. In Wittgensteins woorden: ‘Wat men als lichtgevend ziet, ziet men niet als grijs.’ En daarom kan een vlam nooit grijs zijn.

Lees verder op filosofie.nl!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.