‘Erasmus was de oervader van het Nederlandse cabaret’

Interview gepubliceerd in het septembernummer van Filosofie Magazine:

Historicus Sandra Langereis schreef een biografie van de Nederlandse humanist Erasmus. Die bepleitte niet alleen een moderne geloofshouding, hij gebruikte ook humor als wapen.

‘De donderslagen van mijn critici beantwoordde ik met een knetterende scheet. Ik speelde de nar, sprak mijn eigen lof, en bespotte de kerkelijke idioterieën: het drama van mijn tijd.’ Aan het woord is Desiderius Erasmus Roterodamus (verm. 1469–1536). Of in elk geval, Erasmus zoals vertolkt door Sandra Langereis in haar nieuwe biografie Erasmus: dwarsdenker.

Erasmus schopte het van verdoemd priesterkind tot internationaal bestsellerauteur. Wat de Rotterdammer behield was zijn afkeer van de anti-intellectuele houding binnen de rooms-katholieke kerk, met name in de kloosters waar hij was opgegroeid. Broeders en zusters onderwierpen zich aan allerlei merkwaardige regels, zonder daar ooit kritische vragen bij te stellen.

Als auteur van het satirische Lof der zotheid (1509) gaf Erasmus alle rangen en standen een veeg uit de pan, met speciaal venijn voor de betweterige ‘theologasters’ die hij van zo nabij kende. Met zijn bijbelvertalingen negeerde hij eeuwen van dogmatiek door zich te baseren op de Griekse bronteksten. Hij ontdekte dat de oorspronkelijke betekenis van die teksten in de canonieke Latijnse Bijbel (de Vulgaat) was verwrongen. Toen Erasmus zich in Paulus verdiepte, bleek bijvoorbeeld de erfzonde van Adam en Eva nergens meer te bekennen. Soms hadden middeleeuwse bijbelkopiisten vanuit religieuze tunnelvisie geopereerd, soms was er sprake geweest van onkunde. Kortom, de Bijbel was mensenwerk, leerde Erasmus. Geen onschuldige conclusie in de zestiende eeuw.

Tijdens een Zoom-gesprek legt historicus Sandra Langereis (1967) uit hoe haar Erasmus-biografie rechtstreeks voortvloeide uit de research voor haar boek De woordenaar (2014). ‘Dat boek ging over Christoffel Plantijn, de zestiende-eeuwse uitgever van de Meertalenbijbel,’ vertelt Langereis. ‘Zonder het voorwerk van Erasmus was die Meertalen­bijbel er nooit gekomen. Logisch dus dat ik meer over Erasmus wilde weten. Over zijn werk als bijbelvertaler kon ik genoeg academische artikelen in het Engels terugvinden, maar er was al lange tijd geen Nederlandstalige biografie meer verschenen voor een breed publiek. Die moest ik dan zelf maar schrijven, want ik bleef met veel vragen zitten. Zoals: welke offers moest Erasmus brengen om zo’n enorm en tegendraads oeuvre op te bouwen?’ Hoewel Erasmus de kerk nooit de rug toekeerde, leidde zijn kritische houding tot een leven van financiële onzekerheid en nauwgezet reputatiemanagement. Helemaal toen zijn protestantse antagonist Maarten Luther aan de horizon verscheen.

Luther brak met de kerk, Erasmus niet. Wat maakte Erasmus dan tot een echte dwarsdenker?

‘Luthers geloofsbeleving is heel archaïsch. Anders dan Erasmus zag Luther de Bijbel niet als mensenwerk, maar als het woord van God, rechtstreeks ingeblazen door de Heilige Geest. Het geluid van Erasmus was veel dwarser. In de zestiende eeuw was hij als enige in staat om op een moderne manier over geloof na te denken. Daarom kreeg hij het niet alleen met katholieke inquisiteurs aan de stok, maar ook met protestanten. De kerk verweet Erasmus dat hij niet kritisch genoeg was op Luther; de protestanten vonden dat hij Luther onvoldoende steunde. Het feit dat Erasmus bij beide kampen dwarslag is vaak onterecht geïnterpreteerd als lafheid, draaikonterij.’

Lees verder op filosofie.nl!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *