Mr. Snowden Goes to Moscow

Snowden. 2016, Verenigde Staten / Duitsland, 134 min., kleur. Regie – Oliver Stone; Productie – Moritz Borman, Eric Kopeloff, Philip Schulz-Deyle en Fernando Sulichin; Scenario – Kieran Fitzgerald en Oliver Stone; Camera – Anthony Dod Mantle; Montage – Alex Marquez en Lee Percy; Production design – Mark Tildesley; Kostuums – Bina Daigeler; Muziek – Craig Armstrong; Met: Joseph Gordon-Levitt (Edward Snowden), Shailene Woodley (Lindsay Mills), Melissa Leo (Laura Poitras), Zachary Quinto (Glenn Greenwald), Tom Wilkinson (Ewen MacAskill), Scott Eastwood (Trevor James), Rhys Ifans (Corbin O’Brian), Nicolas Cage (Hank Forrester), Joely Richardson (Janine Gibson), Timothy Olyphant (CIA Agent Geneva).

Als de 23-jarige Edward Snowden (Joseph Gordon-Levitt) bij zijn CIA-sollicitatie wordt gevraagd wat de belangrijkste invloeden op zijn persoonlijke filosofie zijn, antwoordt hij zonder blikken of blozen: Star Wars, Joseph Campbell, Henry David Thoreau en Ayn Rand.

Bij het horen van die laatste naam spitst de CIA-man aan de andere kant van de tafel (Rhys Ifans) zijn oren. Met instemming parafraseert hij het personage John Galt uit ‘Atlas Shrugged’, één van de bekendste romans van het conservatieve en libertarische idool Ayn Rand: ‘One man can stop the motor of the world’. En ja, Snowden krijgt zijn droombaan. Twee libertariërs hebben elkaar gevonden.

Het is een sleutelmoment in Oliver Stone’s nieuwe film Snowden. Als cyber-utopist paart de jonge programmeur Snowden het gedachtegoed van Rand aan een vurig geloof in de verbindende kracht van internet – een combinatie die niet ongebruikelijk is in wat je de ‘Silicon Valley mindset’ zou kunnen noemen. Als kijker weet je dan natuurlijk al dat Snowden inderdaad zal uitgroeien tot een ‘Randian hero’ in de lijn van John Galt, een man die de motor van de wereld stilzet. Ook al gebeurt dat niet op de manier die Snowden tijdens zijn sollicitatie bij de inlichtingendienst voor ogen heeft.

De associatie met de ‘Randian hero’ legt dramatische spanning onder Joseph Gordon-Levitts vertolking van de titelfiguur. Achter Snowdens monotone, matte stemgeluid en verlegen tics gaan een ijzeren wilskracht en een onwankelbaar geloof in eigen kunnen schuil. Of toch op zijn minst een diepgeworteld verlangen om zich van anderen te onderscheiden.

Vrijheid of veiligheid

CIA-mentor Ifans zegt dat hij Snowdens unieke talent niet wil verspillen aan de Irak-oorlog, een ‘shit war for sand and oil’. Rusland, China en Iran, daar schuilt volgens Ifans de ware dreiging, en de strijd met deze landen zal in cyberspace worden beslecht. Tijdens zijn werkzaamheden voor CIA en NSA (in vaste dienst en als freelancer) ontdekt Snowden echter dat terrorismebestrijding slechts een excuus is voor de surveillancestaat, niet het hoofddoel; het ware doel is politieke en sociale controle van Amerikaanse burgers. Geen mailtje of telefoontje ontsnapt nog aan de aandacht van de inlichtingendiensten. Geheime rechtbanken geven hun fiat voor het bespioneren, opsluiten en doden van personen in binnen- en buitenland.

‘De meeste Amerikanen willen helemaal geen vrijheid,’ luidt de cynische verdediging van Ifans, ‘ze hebben liever veiligheid.’ En zo’n samenleving kan alleen maar functioneren als bepaalde zaken aan het oog van burgers onttrokken worden. Ayn Rand geldt voor velen als de profetes van de persoonlijke vrijheid, maar blijkbaar mag niet iedereen van Ifans uitgroeien tot een ‘Randian hero’.

Het dringt langzaam tot Snowden door dat de praktijken van CIA en NSA in strijd zijn met de wet, en haaks staan op het Amerikaanse ideaal van openbaarheid van bestuur. Toch gaat hij door met zijn geheime werk, hij houdt zichzelf voor dat hij ondanks alles zijn land een dienst bewijst. Snowden bevindt zich in een kaste van jonge, patriottische geeks met dezelfde Silicon Valley-mindset als hij. Overwerkte, gedeprimeerde types, die zich wel degelijk realiseren dat ze een Frankenstein-monster aan het bouwen zijn voor de overheid. Toch durft niemand van hen in verzet te komen. En dat is ook niet zo vreemd, deze techneuten kennen de consequenties van insubordinatie beter dan wie ook. Snowden heeft met eigen ogen gezien hoe je door handig gebruik van onschuldig lijkende social media-posts iemands leven kapot kan maken. De synthesizerklanken van Craig Armstrong versterken bij het kijken naar deze scènes het weeïge gevoel in je maag. Iedereen kan slachtoffer worden van een dergelijke karaktermoord. Denk je dat je niets te verbergen hebt? Wees daar maar niet zo zeker van.

Herkenbare structuur

Shailene Woodley speelt Snowdens vriendin Lindsay Mills. In scènes die doen denken aan Stone’s Vietnam-film Born On the Fourth of July (1989) beleeft ze haar eerste date met Snowden tijdens de protesten tegen Bush II en de Irak-oorlog. Lindsay kust naar eigen zeggen de ‘innerlijke liberaal’ bij ‘Snow White’ Snowden wakker. In 2008 duimen zowel Snowden als Lindsay voor presidentskandidaat Obama, die tijdens zijn campagne belooft dat hij de surveillancestaat fors zal inperken. Ze komen bedrogen uit: Obama breidt het apparaat alleen maar uit. Toch blijft Lindsay in dit verhaal de onwetende partij, die haar artistiekerige naaktfoto’s vrolijk op Facebook deelt en zich niet bewust is van de gevaren hiervan. Haar vlinderige personage krijgt daardoor gaandeweg dezelfde, enigszins ondankbare functie als de echtgenote van Jim Garrison in Stone’s JFK (1991): ze moet de idealistische held aan zijn kop zeuren.

Critici verwijten Oliver Stone dat Snowden te conventioneel van opzet is. En inderdaad, de verhaalstructuur doet zoals gezegd denken aan eerdere Stone-films als Born On the Fourth of July en JFK. Net als de historische figuren Ron Kovic en Jim Garrison, die centraal stonden in deze films, is Edward Snowden de burger die van binnenuit het systeem komt en bij wie de schellen van de ogen vallen, waarna hij het systeem uitdaagt en een min of meer besmette overwinning behaalt. Volgens mij is die herkenbare structuur juist de kracht van Snowden: Stone is en blijft een filmmaker voor het grote publiek. Hij durft het aan om een ingewikkelde recente geschiedenis in een populaire verhaalvorm te gieten.

Wie verder gaat graven, herkent in Stone’s films de structuur van Frank Capra’s populistische politieke films uit de jaren 1930, zoals Mr. Smith Goes to Washington (1939). In deze film ontdekt junior-senator James Stewart dat de motor van Capitol Hill draaiende wordt gehouden door smeergeld, waarna hij de Senaat met een uren durende filibuster voor het blok zet. Een film over een netelig onderwerp en complexe ideeën, inzichtelijk gemaakt door het verhaal te bevolken met helden en schurken, en door af te sluiten met een activerende speech.

Stone bewandelt hetzelfde pad. Tegenover de gedeelde angst voor het verlies van privacy plaats hij een heroïsch individu. Edward Snowden treedt in de voetsporen van de ‘Randian hero’, die moreel en rationeel voorbeeldig handelt ten opzichte van een controlerende overheid. Het wezenlijke verschil met John Galt en Dagny Taggart uit ‘Atlas Shrugged’ is dat de Snowden-figuur niet vanuit strikt eigenbelang handelt. Overheidsbemoeienis met zijn liefdesrelatie vormt voor Snowden weliswaar het kantelpunt, maar hij lijkt vooral te worden gedreven door schuldgevoel en burgerplicht. Dat zijn bepaald geen typische Rand-ideeën, en ook Snowdens uiteindelijke zelfopoffering valt niet te rijmen met haar geïdealiseerde mensbeeld. De manier waarop Stone de filosofie van Ayn Rand binnenstebuiten keert, maakt je nieuwsgierig naar zijn voorgenomen verfilming van ‘The Fountainhead’, die in de jaren negentig bijna van de grond was gekomen.

De lijst van de raamvertelling Snowden wordt gevormd door gesprekken tussen Snowden, documentairemaakster Laura Pointras (Melissa Leo) en Guardian-journalisten Glenn Greenwald (Zachary Quinto) en Ewen MacAskill (Tom Wilkinson) op een hotelkamer in Hongkong. Tegenover hen klapt Snowden uit de school. Deze scènes voelen aan als episodes uit een Koude Oorlog-film, waarin een personage in het nauw overloopt naar ‘de andere kant’. Maar naar welke kant loopt Snowden precies over?

Menselijke Hotline

Snowden eindigt niet met gedempt tromgeroffel en een eenzaam klinkende bugle. Je ziet geen hoopvolle shots van het Lincoln Memorial of het Washington Monument, geen wapperende Stars and Stripes. Voor het eerst in zijn carrière heeft Oliver Stone een film gemaakt die je Mr. Smith Goes to Moscow zou kunnen noemen. Snowden, getergd door heimwee en vervolgd door zijn eigen regering, legde de tegenovergestelde route als die van Ayn Rand af: zij verliet Rusland in 1926, om nooit meer naar haar geboortegrond terug te keren. Snowdens omgekeerde route is misschien wel symbolisch voor de cultureel-politieke oriëntatie van veel hedendaagse overheids-sceptici (onder wie de president-elect), die eerder op het nieuws van Russia Today vertrouwen dan op dat van CNN.

Zoals altijd is het militair-industrieel complex weer de eindbaas bij Oliver Stone. Is er nog hoop in een wereld waarin de macht van kapitaal en overheid zo verknoopt is geraakt met technologische disrupties? Nicolas Cage speelt een prachtige, ingetogen bijrol als een CIA-instructeur van de oude stempel. In zijn kantoor hangt een portret van John F. Kennedy (in Stone’s wereld steevast symbool voor de verloren liberale droom), en als een relikwie bewaart Cage de Hotline die Kennedy en Chroestsjov verbond tijdens de Cuba-crisis. ‘De telefoon waarmee de Derde Wereldoorlog werd afgewend,’ licht Cage toe. Technologie kan dus potentieel nog steeds een strohalm zijn, een manier om mensen op cruciale ogenblikken te verbinden, zoals in Snowdens utopische internet-droom. Met zijn optreden als klokkenluider wordt Snowden zelf een menselijke Hotline, een rinkelende telefoon die niet meer door de president wordt opgenomen.

Snowden waarschuwt de Guardian-journalisten dat Barack Obama een kant en klare surveillancestaat nalaat aan zijn gekozen opvolger. Als die opvolger autocratisch wil regeren, zijn de rapen gaar; dan is alles in gereedheid gebracht voor een ‘turnkey tyranny’. Een democratisch gekozen leider krijgt dan de beschikking over een ondemocratisch machtsmiddel. Stone sluit zijn film af met beelden van een Democratisch debat (het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat de primaries in volle gang waren), waarin Hillary Clinton stelt dat Snowden berecht moet worden als landverrader, maar Bernie Sanders juist de loftrompet afsteekt over Snowdens moedige daad.

Beelden van Donald Trump ontbreken, blijkbaar omdat Stone zich tijdens de montage nog niet voor kon stellen dat de vastgoedman een wezenlijke kans maakte om verkozen te worden. Clinton-hater en Green Party-stemmer Oliver Stone laat zich nu opvallend ontspannen uit over de president-elect. Op het Los Cabos Film Festival zei hij afgelopen week dat het onder Trump waarschijnlijk conservatieve business as usual wordt, met als bonus dat de ‘slimme zakenman’ Trump in staat is om vredesakkoorden met Rusland en China te sluiten. En dat zal volgens Stone een einde maken aan de geopolitieke onzekerheid die Obama heeft nagelaten.

Het onderwerp van Stone’s jongste film slaapt een stuk minder rustig. Donald Trump heeft Edward Snowden aangeduid als ‘een spion die grote schade heeft aangericht in de VS’, en Snowden vreest dat Poetin hem bij wijze van zoenoffer aan de VS zal uitleveren zodra Trump is geïnstalleerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *