De taal van het verlangen

Die andere Heimat: Chronik einer Sehnsucht. 2013, Duitsland / Frankrijk, 225 min., zwart-wit. Regie – Edgar Reitz; Productie – Christian Reitz; Scenario – Edgar Reitz en Gert Heidenreich; Camera – Gernot Roll; Montage – Uwe Klimmeck; Production design – Anton Gerg en Hucky Hornberger; Kostuums – Esther Amuser; Muziek – Michael Riessler; Met: Jan Dieter Schneider (Jakob Simon), Antonia Bill (Jettchen Niem), Maximilian Scheidt (Gustav Simon), Marita Breuer (Margarethe Simon), Rüdiger Kriese (Johann Simon), Philine Lembeck (Florinchen), Mélanie Fouché (Lena Zeitz), Eva Zeidler (Grootmoeder), Reinhard Paulus (Oom), Barbara Philipp (Frau Niem), Christoph Luser (Franz Olm), Rainer Kühn (Dr. Zwirner), Andreas Külzer (Dominee Wiegand), Julia Prochnow (Vroedvrouw Sophie Gent), Martin Haberscheidt (Fürchtegott Niem), Jeroen Perceval (Ronselaar), Werner Herzog (Alexander von Humboldt).

‘Een mens moet weten waar hij thuishoort.’ Dat zegt fabrikant Anton Simon in de eerste Heimat-serie van Edgar Reitz uit 1984. Zo vanzelfsprekend is dat natuurlijk niet. Wat als je geboortegrond aanvoelt als drijfzand, een aardlaag waar je door hard te stampen alleen maar verder in wegzakt?

Met de drie Heimat-kronieken bestreek Reitz in een slordige 54 uur de periode 1919 – 2000. Het was een kleine geschiedenis van Duitsland in de twintigste eeuw, gezien door het prisma van de boerenfamilie Simon. Op één ding kon je donder zeggen: vroeg of laat altijd kwamen er altijd één of meer Simons terug in het fictieve plaatsje Schabbach in de Hunsrück, Rijnland-Palts. Maar of ze zich allemaal even heimisch voelden in hun Heimat, dat was een ander verhaal.

In Heimat 1 legde Reitz een subtiele valstrik voor het televisiepubliek. Hij liet de kijker een band opbouwen met de Simons en de inwoners van Schabbach, en trok die personages vervolgens de uniformen van Wehrmacht en SS aan. Door de kijker eerst aan de personages te laten hechten, suggereerde Reitz: dat uniform had jou ook gepast.

Als de Nazi’s verslagen zijn, haalt een dorpsbewoner de schouders op. ‘Hitler was nu eenmaal geen Hunsrücker,’ zegt hij in het lijzige accent van de streek. En dat is dat. Zo blijmoedig als de Nazi-ideologie in 1933 werd omarmd, zo worden nu de Amerikaanse bevrijders verwelkomd. De overgang van Hitlers pseudo-socialistische heilstaat naar het Wirtschaftswunder van Adenauers Bondsrepubliek lijkt één vloeiende beweging. Het maakt niet uit wiens portret de bankbiljetten siert, zolang er maar een nieuwe auto voor de deur staat.

Voor een illustratie van Hannah Arendts theorie over de banaliteit van het kwaad hoef je dus niet verder te kijken dan Heimat 1. Door een combinatie van onnadenkendheid en eigenbelang werken de inwoners van Schabbach binnen hun afgebakende territorium aan de gruwelen mee. Niet alle inwoners zijn even fanatiek, maar er is ook niemand die echt protesteert. En daarmee is de samenzwering al een feit. Ontslaat Reitz individuen van hun schuld, door de verantwoordelijkheid bij het collectief te leggen? Of is Heimat een eerlijke weergave van politieke achterlijkheid in een boerensamenleving, waarin niet verder wordt gekeken dan het belang van de eigen kleine gemeenschap? Wonen we misschien wel allemaal in Schabbach?

Complexe vragen met meerdere adders onder het gras, en Reitz stelt ze niet op een dwingende manier, maar in de vorm van een streekroman die meandert als de Moezel en de Rijn. Dat kwam hem indertijd op kritiek te staan van mensen die vonden dat hij de inwoners van zijn geboortestreek, en in het verlengde daarvan het Duitse volk, wel degelijk excuseerde. Ze namen het Reitz kwalijk dat er slechts één keer, en dan nog terloops, naar Auschwitz werd verwezen. Wanneer je het werk van Reitz op zijn eigen merites beoordeelt is dat geen terechte kritiek. De momenten waarop Heimat 1 minder goed werkt zijn juist de momenten waarop de claustrofobische microkosmos van Schabbach wordt verlaten, en de kijker buiten het blikveld van de dorpsbewoners wordt geplaatst.

Neue Welle

Reitz (81) is ongeveer tien jaar ouder dan Werner Herzog en Wim Wenders, de bekendste leden van de Neue Welle. Hoewel Reitz zichzelf meer in de traditie ziet van de neorealisten, past hij toch ook in de Neue Welle. De makers van de Neue Welle wilden – ieder op hun eigen manier – de Duitse cinema hertoveren. Ze beseften dat Duitsland niet haar complete culturele erfgoed overboord kon gooien, enkel en alleen omdat de Nazi’s het hadden geperverteerd. Dat erfgoed moest – weliswaar met een kritisch oog – weer in de samenleving worden opgenomen.

De titel van Reitz’ levenswerk verwijst naar een concept uit de late Romantiek. Filosoof Ernst Bloch omschreef Heimat als een gedroomd oord, ‘een manifestatie van het nog-niet’. Vaak heeft het Heimat-ideaal als vlucht gediend tijdens momenten van nationale crisis in de Duitse geschiedenis. Zo werd na de overheersing van de Nazi’s ineens het genre ‘Heimatfilm’ populair. Films vol onbezoedelde Alpenlandschappen en zingende herderinnetjes, waarin het simpele, goede boerenleven werd verheerlijkt. Je zou het eerder escapisme kunnen noemen dan een serieuze poging om het filmlandschap van Nazi-invloeden te zuiveren: daarvoor is die term ‘Heimat’ nu eenmaal te beladen.

Reitz legt de romantiek en het sentiment die inherent zijn aan de Heimatfilm onder een vergrootglas, te beginnen bij de taal. In zijn titels en dialogen gebruikt hij opzettelijk woorden als Sehnsucht, Heimweh en Fernweh. Dat eerste woord, Sehnsucht, dekt de lading voor zowel weggaan als blijven, voor de hunkering naar het bekende en het onbekende. De Heimat-films van Reitz bewegen zich voortdurend in golfbewegingen tussen Fernweh en Heimweh, tussen de zucht naar vergezichten en de verzoening met de geboortegrond.

Hunkeren naar het droomland

Met Die andere Heimat keert Reitz terug naar de smidse van de familie Simon. Deze speelfilm is een soort prequel, waarin dezelfde thema’s worden uitgewerkt als in de eerdere series. Het verhaal begint in 1840, om en nabij de tijd waarin het Heimat-ideaal werd uitgedacht. Het zijn jaren van revolutie in Europa, zowel politiek als industrieel. In Schabbach zelf is er weinig revolutionaire esprit, daarvoor ligt het dorp teveel in de marges. De dorpsbewoners hebben het bovendien te druk met overleven. Door mislukkende oogsten en hongersnood zijn veel boeren genoopt om naar het verre Brazilië te emigreren.

De jongste zoon van de smid, Jakob Simon (Jan Dieter Schneider), is een dromer die het liefst met zijn neus in de boeken zit. Hij heeft dezelfde genen als de andere verscheurde, rusteloze mannen uit de Simon-familie die in de loop van de Heimat-reeksen voorbijkwamen. Net als de noodlijdende boeren hunkert Jakob naar het tropische droomland Brazilië. Na een wervend praatje van een ronselaar is Jakob echter niet bezig met de economische belofte, maar met de mooie, rollende klanken van de Portugese en Indiaanse namen. Hij is betoverd door de taal. Een Romanticus.

De enige die Jakob begrijpt is dorpsschone Jettchen (Antonia Bill). Maar zijn deze twee jongelingen ook voor elkaar bestemd? De verwikkelingen lijken – wanneer bondig samengevat – andermaal op die van een streekroman: de pragmatische broer die terugkeert uit krijgsdienst, het lot van de dorpsschone dat tijdens een vluggertje op de kermis wordt bezegeld, de bedrogen minnaar die flirt met de revolutie.

Het sentiment van de oude Heimatfilms zit bij Reitz vooral in de geïdealiseerde, engelachtige moederfiguren. Jakobs verdriet drijft hem terug in de schoot van zijn zieke moeder Margarethe (Marita Breuer). Het is moedertje Simon die hem ‘telkens leven blijft schenken’. Aan het einde van de film staat Jakob met Margarethe op een heuvel, en hij wijst haar de huizen in het dal aan. ‘Daar ligt de hele wereld,’ zegt hij. Jakob staat nu met beide benen stil in het drijfzand. De blik in zijn ogen is nog verwilderd. Hij heeft zichzelf ontkend en opgeofferd.

In Die andere Heimat wordt de kijker niet met zulke gelaagde en netelige kwesties geconfronteerd als in Heimat 1. Toch is het net zo gemakkelijk om empathie op te brengen voor de negentiende-eeuwse personages als voor de twintigste-eeuwers uit de eerdere reeksen.

Het tijdperk vlak vóór industrie en democratie lijkt in onze beleving even ver weg als de middeleeuwen, en toch weet Reitz die tijd feilloos invoelbaar te maken. Het voordeel van een vier uur durende film is dat Reitz een slordige drie kwartier uit kan trekken voor de sequentie op de kermis. Terwijl het drama zich vertakt, wordt de kermis in al zijn sociale functies ontleed.

Reitz kijkt niet op de inwoners van Schabbach neer, maar vertelt zijn verhaal zoveel mogelijk vanuit hun beleving van grote en alledaagse gebeurtenissen. Daar hoort ook de negentiende-eeuwse houding ten opzichte van de dood bij. Wanneer het geen kindersterfte betreft reageren de dorpsbewoners volstrekt laconiek op een overlijden. In eerste instantie is dat schokkend. Als een bejaarde oom achter zijn weefgetouw de laatste adem uitblaast, steken de vrouwen van de familie meteen de handen uit de mouwen om hem te wassen en zijn zakken te legen. Emigreren is hier veel ingrijpender dan doodgaan. Als mensen in de bloei van hun leven ineens naar het andere einde van de wereld vertrekken, heeft dat iets tegennatuurlijks. De kans is immers groot dat je ze nooit van je leven meer terug zult zien, alsof ze al tot het geestenrijk zijn toegetreden.

Door het exposé wordt de kijker langzaam één met de personages. Wat zou je zelf doen? Zou je durven kiezen voor de liefde, en voor je eigen geluk? En kan je het dan goedpraten dat je eigen familie hierdoor verkommert?

Zwart-wit

Net als Heimat 1 is Die andere Heimat grotendeels in zwart-wit gedraaid. Dat schept rust en afstand voor de kijker, en voorkomt dat Schabbach er schilderachtig – en dus romantisch – uit gaat zien. Zwart-wit is ook democratisch: de kijker kan zelf kiezen waar hij kijkt. Net als in Heimat 1 doorbreekt Reitz het zwart-wit door af en toe kleuraccenten toe te voegen. In Heimat 1 waren er sporadisch hele shots of scènes in kleur, hier zijn slechts bepaalde details in het shot ingekleurd: blauwe ogen, de roodgele vonken die van een hoefijzer spatten. In Heimat 1 drukten die kleuraccenten meestal een gevoel van hoop of verlangen uit. Als Schabbach een stukje opschoof richting moderniteit, kwam er weer wat kleur in het palet. Maar daarmee is de visuele code niet geheel te verklaren. Hoe die code precies werkt, is het geheim van de smid. Het is een taal die je als kijker moet leren, de taal van het verlangen.

Tegen het einde van Die andere Heimat komt Werner Herzog, pilaar van de Neue Welle, nog even voorbij als als geleerde en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Tijdens zijn bezoek aan Schabbach staat Herzog oog in oog met Edgar Reitz, voor de gelegenheid aangekleed als boer. Herzog is de reiziger, de man die met de Indianen van het Amazonewoud praat. Reitz is de filmmaker die in de Heimat is gebleven.

Die ontmoeting is zo’n beetje de grootste verrassing uit het laatste uur van de film. Reitz forceert geen verhaalwendingen en knoopt geen losse eindjes aan elkaar. Het leven neemt domweg zijn beloop. Waarschijnlijk worden veel kijkers helemaal kriegel van een vier uur durende film waarin de maker weinig anders lijkt te doen dan empathie kweken voor personages die – als ze echt geleefd zouden hebben – al zo’n 150 jaar dood zijn. Maar toch: het reconstrueren van het verleden is een functie van film die we doorgaans voor lief nemen, tot er een filmmaker opstaat die zich met liefde, geduld en opperste vertelkunst van die taak kwijt. En bovendien: is die negentiende eeuw wel echt zo afgesloten als we zelf denken?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.