Zelfspot in zwart-wit

Nebraska. 2013, Verenigde Staten, 115 min., zwart-wit. Regie – Alexander Payne; Productie – Albert Bergeren Ron Yerxa; Scenario – Bob Nelson; Camera – Phedon Papamichael; Montage – Kevin Tent; Production design – J. Dennis Washington; Kostuums – Wendy Chuck; Muziek – Mark Orton; Met: Bruce Dern (Woody Grant), Will Forte (David Grant), June Squibb (Kate Grant), Bob Odenkirk (Ross Grant), Stacey Keach (Ed Peagram), Mary Louise Wilson (Aunt Martha), Rance Howard (Uncle Ray).

Als Warren Schmidt (Jack Nicholson) in Alexander Payne’s About Schmidt (2002) wordt geconfronteerd met Amerikaanse mythologie, voelt hij zichzelf een paar centimeter kleiner worden. Schmidt bezoekt een pioniersmuseum, en realiseert zich dat zijn eigen tripje met een luxe motorhome in het niet valt bij de reizen van zijn voorouders. De pioniers verplaatsten zich met paarden en huifkarren, en alleen de allersterksten wisten die barre tochten te overleven. In vergelijking daarmee lijkt de reis van pensionado Schmidt slechts een klein ommetje. Schmidt is bovendien geneigd om zich af te sluiten van medereizigers, hij verkiest het veilige isolement van zijn motorhome: zijn Winnebago Adventurer is, ironisch genoeg, een comfort zone geworden. De wijde blik van de pioniers is vijf generaties later verruild voor ingekeerdheid en benepenheid.

Of overschat ik hiermee de pioniersmentaliteit? Door About Schmidt besef je ook hoe vaak je in Amerikaanse films naar een geromantiseerd verleden zit te kijken. De blik van Warren Schmidt is vertekend. Geen enkel mens deugt in zijn ogen, ook hijzelf niet. Maar dat komt omdat hij met zijn idealisering van de pioniers de lat zo hoog heeft gelegd.

Filmmaker Payne grossiert nog steeds in dit soort ironie. Elf jaar na About Schmidt is Woody Grant (Bruce Dern) in Nebraska een stuk minder onder de indruk van het mythische Amerika dan Warren Schmidt. Als Woody samen met zijn zoon David (Will Forte) het nationale monument van Mount Rushmore bezoekt, kijkt hij onaangedaan naar de uit rots gehouwen presidentenhoofden. Woody vindt het maar broddelwerk: ‘Washington is de enige met kleren aan, Lincoln heeft niet eens een oor.’

Misschien ga je wel op deze manier naar monumenten kijken als je net je eigen kunstgebit hebt gezocht tussen de treinrails, en als de drank gaten in je geheugen heeft geslagen zo groot als bomkraters. Koreaveteraan Woody denkt een miljoen te hebben gewonnen in een schimmige prijzenactie, en zijn zoon David – wiens leven ook niet bepaald een succesverhaal is – besluit om hem in die waan te laten. Als enige van de familie begrijpt David dat Woody koste wat het kost naar het eind van de regenboog moet, of er nu een pot goud staat of niet. David rijdt dus met zijn vader naar Lincoln, Nebraska (een plaatsnaam met een mythische bijklank), om een prijs op te halen die niet bestaat. Tijdens de reis ontdekt David waar zijn vader altijd van gedroomd heeft, en welke andere levens Woody Grant had kunnen leiden. Als in een Molière-farce schudt Woody’s droom van de hoofdprijs de hebzucht in zijn omgeving wakker. Buren en familieleden krijgen ineens dollartekens in de ogen door de aanwezigheid van de ‘miljonair’.

Road movies

About Schmidt en Nebraska zijn allebei road movies over oude knorrepotten, road movies waarbij het meer gaat om de ontwikkeling van de karakters dan om de heroïek van de afgelegde afstand. Jack Nicholson kreeg op een haar na de hoofdrol in Nebraska toebedeeld, maar die ging uiteindelijk naar zijn oude vriend ‘Dernsie’. Een meer originele keuze, die fantastisch uitpakt. June Squibb is in beide films te zien als de echtgenote van de hoofdpersoon, en in beide films wordt een sentimental journey ondernomen naar het huis uit de kindertijd.

Wat de films ook delen is een schrijnende satirische blik. Toen ik About Schmidt voor het eerst zag, vond ik dat Payne tamelijk genadeloos naar zijn landgenoten uit Nebraska keek. Payne’s mid-Westerners worden zo scherp in contrast geplaatst met het mythische Amerika waar de regisseur voortdurend aan refereert, dat het bijna schimpend overkomt. De twee criminele neven in Nebraska zijn maar een paar stappen verwijderd van de karikaturen van hicks uit pakweg Deliverance. Payne’s schets van de Nebraskaanse folklore is weinig vleiend: de mannen zitten apathisch voor de televisie en doen enkel hun mond open om over auto’s te praten, terwijl hun echtgenotes in de keuken klagen over de nutteloosheid van de mannen.

Nebraska is gedraaid in zwart-wit, en door de combinatie met het landschap en de referenties aan de economische crisis doet de film denken aan John Fords The Grapes of Wrath (1940). Een film over de Great Depression, op het snijvlak van western en sociaal drama. De armoedzaaiers in The Grapes of Wrath trokken westwaarts om aan hun lot te ontsnappen, maar de crisisslachtoffers in Nebraska verroeren geen vin. Ze hebben geen mythisch reisdoel meer. Payne toont eenvoudige, laagopgeleide mensen die het romantische ideaal van de pionier zijn ontgroeid, maar die evenmin passen in het nieuwe, hypermoderne model van globalisering. Hun passiviteit wordt gebruikt als komisch effect. Dat wringt een beetje: hoe geestig de film vaak ook is, gaat het hier om zelfspot of spot? Payne komt zelf uit Nebraska, en woont er een groot gedeelte van het jaar, en ik twijfel er niet aan dat hij van de staat en zijn inwoners houdt. Maar hoe dicht staat hij als succesvolle filmmaker nog bij de mensen waar hij over vertelt? Dicht genoeg om het zelfspot te noemen?

In een interview vertelde Payne dat hem wel vaker wordt verweten de Nebraskans voor schut te zetten, maar volgens hem wordt er juist in Nebraska het hardste om zijn films gelachen. De Nebraskans herkennen zichzelf in zijn personages, en beschikken blijkbaar over voldoende zelfspot om er de humor van in te zien. Woody’s opmerking over de uitgehouwen presidentenhoofden heeft ook wel iets triomfantelijks: de gewone man die met een nuchtere en praktische blik naar de wereld kijkt, en die zich niets op de mouw laat spelden. Tenzij het gaat om de belofte van een gratis miljoen, natuurlijk.

In About Schmidt kwam geen schurk voor. De titelfiguur was held en schurk ineen, his own worst enemy. In Nebraska voert Payne echter een geweldige, levensechte schurk op, Ed Peagram (Stacy Keach). Automonteur Peagram gedraagt zich in Woody’s geboortedorp als een soort landjonker. Hij doet alsof hij je beste vriend is, en intussen pikt hij alles in wat je dierbaar is. Crisis of geen crisis, Ed Peagram is de klootzak die altijd op zijn pootjes terecht komt. Met zijn karakterisering van Peagram gaat Alexander Payne voorbij het hellend vlak van de zelfspot, en kijkt hij eerlijk en onbevreesd in het donkere hart van zijn geboortestreek. Hij heeft Ed Peagram gekend, en hij heeft nog een rekening met hem te vereffenen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *