High & low camp

Les rencontres d’après minuit. 2013, Frankrijk, 92 min., kleur. Regie en scenario – Yann Gonzalez; Productie – Cécile Vacheret; Camera – Simon Beaufils; Montage – Raphaël Lefèvre; Production design – Sidney Dubois; Kostuums – Justine Pearce; Muziek – M83; Met: Kate Moran (Ali), Niels Schneider (Matthias), Nicolas Maury (Udo), Eric Cantona (De Hengst), Fabienne Babe (De Ster), Alain-Fabien Delon (De Adolescent), Julie Brémond (De Slet), Béatrice Dalle (De Vrouw van de Commissaris).

Christopher Isherwood gaf ooit een denigrerende definitie van low camp: ‘a swishy little boy with peroxided hair, dressed in a picture hat and a feather boa pretending to be Marlene Dietrich’. High camp is moeilijker. Riskanter.

Er zit in ieder geval één moment van high camp in Les rencontres d’après minuit, een film die de titel draagt van een beduimeld stuiverromannetje. De als huishoudster verklede Udo (Nicolas Maury) opent tijdens een exclusieve orgie de deur voor twee politiemannen. Udo steekt zijn neus in de lucht, alsof de wetsdienaren naar rotte vis ruiken. Met een uitgestreken gezicht maakt hij een grapje: ‘Ik houd ook een groepje knapen gevangen in de kelder, die leid ik op tot kinderkoortje.’

Dat is de ontwapenende ironie van high camp. Humor met een onderliggende ernst: zelfspot wordt gebruikt om te anticiperen op de vooroordelen van de ander. Udo spuugt daarmee gracieus in het gezicht van de gevestigde orde.

Meteen treedt er een seksuele verwarring in werking. ‘Je bent een viezerik,’ zegt een van de politiemannen, ‘ik zal je moeten schoonlikken’. Waarop hij de daad bij het woord voegt.

Zulke momenten van high camp zijn schaars in Les rencontres d’après minuit, het speelfilmdebuut van Yann Gonzalez. Beetje merkwaardig dat juist deze film zoveel prijzen binnen harkt. Op een gegeven moment vraagt een van de personages aan Udo: ‘Ben ik hier goed voor de orgie van supersnobs?’ Het festivalpubliek in de zaal gniffelde, misschien omdat de opmerking automatisch als een metagrapje werd opgevat. Les rencontres d’après minuit is een film voor supersnobs, vormgegeven met knipoogjes naar Visconti en de Franse jaren van Buñuel, een verpozing voor festivalgangers.

Extreme fysieke ervaringen

In het appartement waar de orgie plaatsvindt is een centrale plaats ingeruimd voor de ‘emotie-jukebox’. De gebruiker laat zijn hand lezen door het glanzende apparaat, en de jukebox draait de muziek die past bij de stemming van de gebruiker. Aanvankelijk lijkt de film een satire op de 21e-eeuwse westerling, die zijn emoties aan technologie heeft verpand en daarom des te meer hongert naar extreme fysieke ervaringen. Dan maakt Gonzalez een scherpe bocht, en wordt er een meer fantastisch element geïntroduceerd.

Gastvrouw van de orgie is Ali (Kate Moran). Ze is al – letterlijk – een eeuwigheid samen met haar geliefde Matthias (Niels Schneider). Wanneer de lust uit hun relatie verdwijnt, zal Matthias sterven. Daarom organiseren Ali en Matthias in hun appartement steeds buitenissiger orgies. Het gezelschap wat zich op de bewuste nacht aandient zet alles op losse schroeven: een vrouw die zich voorstelt als de Ster (Fabienne Babe), een filmactrice die zich schaamt voor haar uiterlijk en alleen wil vrijen met het licht uit; de Slet (Julie Brémond), een verweesde figuur die haar verdriet met seks probeert te verdrijven; de Hengst (ex-voetballer Eric Cantona, die steeds meer een Lino Ventura-achtige uitstraling begint te krijgen), een man die zo zwaargeschapen is dat hij een carrière als dichter samen met zijn zaad heeft verschoten; en de Adolescent (Alain-Fabien Delon, zoon van), een gevoelige Goldmund-figuur die enkel wil beminnen en bemind wil worden.

Van geil naar lieflijk

Gonzalez ironiseert de fabel van de ‘eeuwige liefde’. De liefdesgeschiedenis van Ali en Matthias wordt verbeeld als een tongue-in-cheek sprookje, dat volgens geen enkele natuurwet stand kan houden. Als je verlangen naar de ander uitdooft, blijf je achter met holle beloftes en schuldgevoelens over je seksuele fantasieën. Dat gaat tenminste op voor de personages van Gonzalez. In seksueel opzicht zijn de orgiegasten niet sedentair, het zijn nomaden.

En zo komt Gonzalez bij de functie van zijn orgie. De gasten die elkaars bloed aanvankelijk wel konden drinken, komen door de ervaring van de orgie nader tot elkaar. De seks wordt een middel, geen doel, en de stemming van de film verglijdt geleidelijk van geil naar lieflijk. Vluchtige seks hoeft geen vluchtige ervaring te zijn, of zoiets. Na gedane zaken gaan de gasten weer ieder huns weegs. Sommigen alleen, anderen als stel, voor zolang het duurt.

Is dat nou high camp of low camp? Geeft Gonzalez de gevestigde orde een optater met zijn positieve invulling van de orgie, of komt hij niet verder dan een soort gespeelde naïviteit? Zit er nog wel leven in het soort ironie waar Gonzalez zich van bedient? Misschien is hij zelf ook nog niet geheel overtuigd. De slotvraag, of de Adolescent met Ali en Udo een nieuwe familie wil vormen, blijft in het luchtledige hangen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.