Filmgesprek: Marc en Maurice kijken ‘All Is Lost’

In All Is Lost (2013, J.C. Chandor) vecht een solozeiler (de 77-jarige Robert Redford) op de Indische Oceaan tegen de elementen. Ik ging er heen met Marc Stotijn. Aan wal is hij consultant gezondheidsproblematiek en welzijn van podiumkunstenaars. In zijn vrije tijd zeilt hij. Dit was onze nazit:

Maurice: Het eerste wat je riep tijdens de aftiteling was: dit is een belediging!

Marc: Ik voel me geschoffeerd. Waarom gaat die man zich scheren terwijl hij middenin een storm zit? Waarom eet hij een blikje bonen terwijl z’n boot vol water staat?

Dat heb ik me ook afgevraagd, en toch kan ik me daar als niet-zeiler overheen zetten.

Die man verkeert in levensgevaar, maar hij neemt niet de juiste maatregelen om dat gevaar te keren.

Wat was zijn eerste fout?

Zijn elektrische bilgepomp doet het niet. Logisch, zijn accu staat onder water. Hij gaat over op de handpomp. Eerst moet hij nog een steeltje snijden. De hendel van zijn handpomp ligt dus niet voor het grijpen.

Slechte voorbereiding dus. Ongetwijfeld zijn er honderdduizend dingen die onlogisch zijn, want ik heb jou de hele film door horen zuchten en steunen. Kon je helemaal niet meeleven met Redford?

Mijn inlevingsvermogen werd voortdurend gefrustreerd door eclatante onwaarschijnlijkheden. De continuïteit van weer, zee en zeilvoering was slecht gedaan in deze film. De lullige reparatie die de man aan het lek doet, daar hoeft maar één stevige golf tegen te slaan en het zaakje blaast weer naar binnen toe. Hij heeft de buitenhuid gerepareerd met polyester en glasvezel, maar hij heeft de binnenkant niet verstevigd.

Wat mij opviel was dat die man nauwelijks in zichzelf praat. Als jij in je eentje zeilt…

Dan ga ik hardop tegen mezelf praten. Zeker. Hier is geen monologue intérieur. Ondertussen heeft die man de ene tegenslag na de andere. Daar zitten elementen in van de hand van God, lees: het weer. En er zitten elementen in van flagrante onkunde.

Hij is een amateur met veel pech.

Dat zou nog kunnen, zonder dat je daarbij de waarschijnlijkheid geweld aandoet. Dat was één van de regels van Molière: vraisemblance, waarschijnlijkheid. Anders wordt zo’n verhaal een sprookje. Zelfs in sprookjes gebeuren niet het soort onwaarschijnlijkheden dat je in deze film ziet. Afgezien van zaken als zevenmijlslaarzen en dergelijke.

Hitchcocks verhalen zaten vol onwaarschijnlijkheden. Hij schaarde mensen met jouw bezwaren bij de ‘plausibles’. Mensen die een aardig verhaal om zeep helpen met logica.

Maar de onwaarschijnlijkheden zijn niet verstopt. Er is dus niet genoeg moeite gedaan. Daarom vind ik het een belediging. Door deze film denken een heleboel mensen nu dat het alleen maar gevaarlijk is op zee. Wat is er wel goed? Ten eerste is Robert Redford een krankjorum mooie man, ook op z’n oude dag. Zelfs onder water blijft zijn haar goed zitten. En dat zwijgen heeft ook wel een soort karaktervastheid. Godzijdank is er geen voice-over die het verhaal begeleidt: ‘Wat hoor ik daar? Is dat onweer?’

Heb jij niet gefantaseerd over wie die man zou kunnen zijn? Een miljonair die alles achter zich heeft gelaten?

Veel solozeilers zijn merkwaardige personen. Een bepaald soort persoonlijkheid die het prettig vindt om de strijd met de natuur aan te gaan, of zich af te zonderen van andere mensen.

Is dat solitaire ook wat jou trekt aan het zeilen?

Nee, dat is de ongelooflijke schoonheid van de zee.

Wat is de verste reis die jij hebt gemaakt?

Ik ben nooit verder dan de Noordzee en de Waddeneilanden geweest.

Daar kun je ook verzuipen.

Je kan zelfs op het IJsselmeer verzuipen.

Wat is het engste dat je ooit hebt meegemaakt op het water?

Ik zeil nu 22 jaar, maar in het begin kon ik het nog niet goed. Zo kreeg ik bijvoorbeeld motorpech op de kruising van het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Een drukke vaarroute. Daar loop je dus voortdurend kans om door grote vrachtschepen te worden overvaren. Dan moet je toeteren en zwaaien tot een ander bootje je weg wil slepen. Heel naar. Een andere keer had ik mijn vrouw en kinderen aan boord, en toen werden we midden op het IJsselmeer overvallen door een zomerstorm. Windkracht zes à zeven. Binnen de kortste keren werden de golven heel hoog, en ik kon niet gemakkelijk zeil minderen. Het grootzeil bleef vol staan, en dan begint die boot enorm hard te trekken. Je moet dat grootzeil dan in één klap helemaal naar beneden gooien. Dat is me uiteindelijk gelukt. Wel met overgevende mensen aan boord.

Dat kan de solozeiler missen als kiespijn, die kotsende landrotten.

Ik vind het leuk om met andere mensen te zeilen. Maar wat bezielt een filmmaker om zo’n plot te bedenken, en wat wil hij er mee zeggen? Verlies nooit de hoop? Je kan nooit zo stom doen, of er bestaat wel een vorm van geluk die je zal redden? Ik had het helemaal geaccepteerd als Redford aan het einde was verdronken. Boontje komt om zijn loontje. De film begint ook bij het einde. De man schrijft op waar hij allemaal spijt van heeft. Hij weet dus van zichzelf wat hij allemaal verkeerd heeft gedaan in zijn leven. En of hij dat inzicht al had, of dat hij het heeft verkregen omdat hij al die ellende heeft doorstaan, daar kom je niet achter. Je hoort en ziet geen ontwikkeling in zijn innerlijk.

Hij wil als solozeiler alleen zijn, maar uiteindelijk wil hij graag gevonden worden. Die grote hi-tech containerschepen zien hem niet eens. Daar zit toch een mooie ironie in.

Als je het slim aanpakt kun je wekenlang op zee overleven. Een familie met kinderen is ooit zes weken op zee geweest, in een rubberboot en een roeibootje. Ongelooflijk.

Maar als de man in de film alles goed had aangepakt hadden we geen film gehad. Om de film te laten werken moet Redford een beetje dom zijn en de kijker een beetje onwetend.

Dat laatste waag ik te betwijfelen. Jij speelt nu de August van ons twee.

Tegenover jouw Pierrot?

Precies, de wijze clown. Ik kan hier gewoon niet van genieten. Ik vind dat je als filmmaker het hedendaagse publiek niet zo moet onderschatten. Ook al weet je niets van zeilen, dan nog zie je de onwaarschijnlijkheden. Nog zoiets: Redford klautert met een nat oliepak aan boord. Dat is godsonmogelijk, met al dat gewicht. Het is ook nog een oliepak uit het jaar nul, het soort oliepak dat de vissers in Newfoundland vroeger droegen.

Van deze film kon je niet genieten, maar tijdens het zeilen geniet je wel van de zee. Wat is je mooiste zeilherinnering?

Die is niet voor publicatie bedoeld.

Ach, zo’n herinnering. Dat heeft dus niet alleen met zeilen te maken.

Ook met de bemanning.

Hoe heet jouw boot eigenlijk?

Dotter. Vernoemd naar de dotterbloem. Mijn vader en moeder hadden een boot die Dotter heette. Dus zo heet die van mij ook. Het is internationaal uit te spreken. En de naam doet me denken aan het woord ‘dochter’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.