Geloven en bluffen in de rechtszaal

The Verdict. 1982, Verenigde Staten, 129 min., kleur. Regie – Sidney Lumet; Productie – Richard D. Zanuck en David Brown; Scenario – David Mamet, naar de gelijknamige roman van Barry Reed; Camera – Andrzej Bartkowiak; Montage – Peter C. Frank; Production design – Edward Pisoni; Kostuums – Anna Hill Johnstone; Muziek – Johnny Mandel; Met: Paul Newman (Frank Galvin), Charlotte Rampling (Laura Fischer), Jack Warden (Mickey Morrissey), James Mason (Ed Concannon), Milo O’Shea (Judge Hoyle), Lindsay Crouse (Caitlin Costello), Edward Binns (Bishop Brophy), Julie Bovasso (Maureen Rooney), Roxanne Hart (Sally Doneghy), James Handy (Kevin Doneghy), Wesley Addy (Dr. Towler), Joe Seneca (Dr. Thompson).

‘Act as if ye had fait and faith will be given to you,’ zegt advocaat Frank Galvin (Paul Newman) in The Verdict. Galvin is een product van de katholieke Ierse gemeenschap in Boston, en door dat galmende ‘ye’ klinken zijn woorden als een authentiek citaat uit het evangelie. Maar doe geen moeite om ze op te zoeken. De spreuk is verzonnen door scenarist David Mamet. Door het invoegen van die fictieve spreuk kiezen Mamet en regisseur Sidney Lumet voor een praktische manier van geloven als leidraad voor hun verhaal, een visie die eerder aan het judaïsme lijkt te zijn ontleend dan aan het katholicisme: geloof en handeling gaan hand in hand.

Galvin is als jurist aan lagerwal geraakt en hij zuipt meer dan goed voor hem is. Zijn teloorgang wordt verbeeld in clair-obscur en sombere whiskeykleuren. Er komt nog één laatste zaak zijn kant op: een vrouw is tijdens haar bevalling in coma geraakt omdat ze de verkeerde verdoving kreeg toegediend, en daarbij is haar spruit overleden. Het ziekenhuis waar de medische blunder is begaan wordt bestierd door de kerk. De scène waarin Galvin onderhandelt met de bisschop (Edward Binns) is daarom een sleutelscène. Door zijn spel suggereert Paul Newman dat Galvin een ingebakken respect bezit voor de wereld van benevolente paters en nonnetjes uit zijn kinderjaren. Galvin zit als een klein jongetje, de aktetas op schoot geklemd, tegenover de bisschop, die met een uitgestreken gezicht zijn thee slurpt. Het is bijna alsof Galvin komt biechten.

De kijker weet al dat die minzame kerk uit Galvins kinderjaren een façade is. In eerdere scènes is de wereld van de bisschop ingekleurd met beelden van dure gechauffeerde auto’s, voorname kantoren en adviseurs in driedelig pak. De bisschop zelf, een farizeeër van het onzuiverste water, doet de toestand van de getroffen vrouw af als een ’tragisch ongeval’, en hij benadrukt de noodzaak om de reputatie van het ziekenhuis niet te schaden.

Galvin heeft zich verzoend met een schikking, deels omdat hij daar zelf een fiks percentage van op mag strijken, maar natuurlijk ook omdat hij niet durft te procederen. Hij is in een vicieuze cirkel beland: hij laat zich liever afkopen dan dat hij zijn bek opentrekt, en daarmee het risico loopt om nog verder gemarginaliseerd te worden. Toch weigert Galvin in deze cruciale scène de schikkingssom. Door het onethisch gedrag van de artsen en priesters is hij na gaan denken over de ethiek van zijn eigen beroep, en over zijn morele plicht om de zwakkere te hulp te schieten. Galvin is ooit van zijn geloof gevallen, en ironisch genoeg houdt zijn terugkeer naar het geloof ook in dat hij op moet treden tegen het belangrijkste instituut uit zijn jeugd: de katholieke kerk.

Bluffers met betere kaarten

Waar begon Galvins ommekeer? In Schindler’s List zag de titelfiguur het leed van de vervolgde joden in één klap haarscherp door de aanblik van een meisje in een rood jasje tijdens een razzia. Veel kijkers vonden dat een aanmatigende verteltruc, maar Spielberg hield er wel het raadsel van Schindler mee intact. Misschien kreeg Spielberg dat idee wel door een scène in The Verdict: Frank Galvin bezoekt de comateuze jonge vrouw die hij gaat verdedigen, en knipt een polaroid van haar. Samen met Galvin ziet de kijker hoe de polaroid zichzelf ontwikkelt, en voor het eerst krijgt dat geknakte leven een herkenbare vorm. De vrouw is geen zaak meer, ze is in de ogen van Galvin een mens geworden. Wervende campagnes voor goede doelen werken ook op deze manier: geef het leed een gezicht, waardoor het minder abstract wordt.

Galvin heeft het licht gezien door een lichtbeeld, maar nu moet hij zijn zaak nog wel even winnen. Niemand – hijzelf incluis – heeft er enig vertrouwen in dat hij daartoe in staat is. Doen alsof je gelooft, dan volgt het geloof vanzelf: eigenlijk lijkt het op bluffen, handelen tegen beter weten in. En de tegenpartij heeft bluffers in huis met aanzienlijk betere kaarten (geld, prestige, invloed in de media).

Op het moment dat Galvin van angst letterlijk naar adem hapt, handelt zijn nieuwe geliefde Laura (Charlotte Ramling) als een strenge moeder, die zegt dat hij zich niet zo aan moet stellen. Wat Galvin niet weet, is dat hij Laura niet kan vertrouwen. Zij wil net als Galvin haar rentree maken in de advocatuur, maar dat wil ze bereiken door te spioneren voor de tegenpartij. Ze moet Galvin verleiden om informatie los te krijgen en hem te beïnvloeden. De enige manier voor Laura om deze vernedering te verkroppen is oprecht op Galvin verliefd te worden. Hiermee wedt ze op twee paarden (Galvin en de tegenpartij), en ze maakt pas veel te laat een keuze. Volgens de morele orde van Mamets scenario is Laura gezakt voor de geloofstest. En de advocaat van de tegenpartij ook, want met het morele gelijk aan zijn kant zou hij geen smerige intriges nodig hebben.

Schokjes

Galvins slotspeech tegen de jury gaat zowel over de zaak als over hemzelf: ‘If we think of ourselves as victims, we become victims’. Het omgekeerde van ‘act as if ye had faith’. Door de zaak te winnen krijgt Galvin zijn geloof terug, en schenkt de sceptische burger hem – bij monde van de jury – een motie van vertrouwen. Is geloof dan een soort overtreffende trap van zelfvertrouwen, de innerlijke kracht die je nodig hebt om het verschil te maken? Dat is ook een recept voor het sentimentele populisme dat je tegenkomt bij de films van bijvoorbeeld Frank Capra.

Toch slagen Mamet en Lumet erin om zulk sentiment grotendeels te vermijden. The Verdict speelt zich af in een hardere, meer reële wereld dan de films van Capra. Mamet laat als schrijver veel impliciet, maar hij houdt de kijker bij de les door steeds kleine ‘schokjes’ uit te delen, vaak non-verbale momenten waarbij het geloof van de kijker op de proef wordt gesteld, omdat morele of ethische uitgangspunten met elkaar in botsing komen. Het sterkste voorbeeld hiervan is de scène waarin Galvin voor het eerst zijn nieuwe stergetuige ontmoet op een perron. Galvin schrikt als hij deze man, een gepensioneerde arts, voor het eerst ziet: hij is namelijk zwart. Tegelijkertijd met Galvin realiseert de kijker zich dat de huidskleur van de getuige niet gunstig is voor het proces, een blanke was beter geweest om de jury te beïnvloeden. En meteen daarop volgt de schaamte bij de kijker, dat hij samen met Galvin zo’n cynische blik op deze welwillende man heeft geworpen. Geloven is geen eenduidige zaak, zelfs niet wanneer je doet alsof.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.