Filmgesprek: Thijs en Maurice kijken ‘Dogville’

Dogville

Vandaag een Filmgesprek met zanger, liedschrijver en cabaretier Thijs Maas. Hij koos Lars von Triers Dogville (2003), de film waarin Nicole Kidman een halsband krijgt omgegord en waarin alle decors en locaties met krijtstrepen op de studiovloer zijn gesuggereerd.  Dit was onze nazit:

Maurice: Toen ik je vroeg welke film je met mij wilde zien, stond het voor jou buiten kijf dat het Dogville moest zijn. Waarom?

Thijs: Omdat het mijn favoriete film is. Ik vind Lars von Trier een meesterlijke filmmaker. Hij heeft controle over alle facetten van het filmmaken. Hij kiest precies wat nodig is om te maken wat hij wil. Je kunt van zijn keuzes vinden wat je wilt, maar ik heb wel het idee dat hij al die keuzes echt gemaakt heeft.

Ja, bijvoorbeeld over wat hij wel en niet laat zien in de decors. Als er in het script staat: ‘ze opent de gordijnen’, dan zijn er alleen gordijnen in dat decor, verder niets.

Blijkbaar houd ik daar van, als je bij een maker voelt dat hij alle keuzes gemaakt heeft. Het heeft daardoor een soort pretentie die ik bijna per definitie prijzenswaardig vind. Ik ga daar ook rustiger van kijken. In het theater heb ik veel kleinkunst gezien, en als er iemand opkomt die al zijn keuzes gemaakt heeft, voelt de zaal dat vrijwel meteen aan. Als de kunstenaar zijn keuzes gemaakt heeft, is er een soort rust en opent de zaal zich makkelijker voor wat er komen gaat. Toen ik Dogville voor het eerst zag was het voor mij onbetwist: dit is mijn favoriete film. Vooral vanwege de eindscène met Nicole Kidman en James Caan in de auto, de uitwisseling van ideeën die daarin wordt gedaan. Toen ik die scène voor het eerst zag vond ik hem – uit platte herkenbaarheid – heel aangrijpend.

Wat herkende je dan?

James Caan vindt het arrogant van Nicole Kidman dat zij hogere ethische standaarden aan zichzelf oplegt dan aan anderen. Daarmee plaatst ze zichzelf boven die anderen. Dat vond ik echt een inzicht. Het was voor mij nieuw en tegelijk herkenbaar om er op die manier naar te kijken. Ik ben zelf altijd erg bezig met hoe je dingen goed moet doen, en hoe je een goed mens moet zijn.

Je legt jezelf die hoge standaarden op.

Of ze hoog zijn of niet, ik ben er in elk geval mee bezig. Het gekke is dat mensen mij vaak of heel bescheiden vinden, of heel arrogant. Blijkbaar heb ik allebei die kanten. En pas door deze film begreep ik waarom mensen mij arrogant kunnen vinden.

Hoe komt dat dan?

Omdat ik een soort onaantastbaarheid heb in die standaarden. Net zoals Grace, het personage van Nicole Kidman.

Werd je betrapt door die eindscène?

Zeker. Ik vroeg me af of ik mezelf herkende in Grace – bijna een Jezusfiguur die iedereen de andere wang toekeert – of toch in Tom, het personage van Paul Bettany. Ze zijn allebei idealisten, en hij benoemt dat ook zo: ‘we hebben dezelfde idealen, dat bindt ons, maar jij bent sterker’. Op het einde wordt Tom ontzettend betrapt. Dat is eigenlijk het ergste. Dus ik identificeer me tijdens de film met Grace, maar aan het einde herken ik mezelf juist in Tom.

Het inzicht van Grace is eigenlijk dat het oude ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ helemaal niet klopt.

Ja, het wordt een omkering daarvan. ‘Wat u een ander niet zou doen, laat dat ook met u niet geschieden’. De volkswijsheid die wij kennen is gericht aan andere mensen, vanuit een soort nobelheid. Als je hem omdraait, is het een wijsheid waar ik zelf meer aan heb. Dus gewoon: je grenzen aangeven. Dat is voor mij wel lastig, als vredelievende Brabantse jongen die het harmoniemodel aanhangt.

Grace had haar grenzen aan moeten geven!

Nee, ze had precies dit moeten doen, want dat is gewoon de film zoals hij is. Zij heeft precies gedaan wat ze moest doen.

Hoe ga je zelf met die grenzen om?

Ik denk dat ik over het algemeen een aardige man ben. Het is dus niet zo dat mensen vaak tegen mij zullen zeggen: tot hier en niet verder.

Maar ze vinden je dus soms arrogant.

Dat wordt wel eens gezegd.

Raakt je dat nog?

Ja, dat raakt me altijd heel erg. Dat vind ik een van de ergste dingen die mensen van mij kunnen zeggen. Juist omdat ik op een kinderlijke manier wil dat iedereen mij superaardig vindt. En arrogant is haast het tegendeel van wat ik zou willen zijn, namelijk een nobele ridder, die burgers helpt en jonkvrouwen redt. Zo’n man. Dat willen we toch eigenlijk allemaal.

Maar dat kun je nooit zijn.

Nee, dat gaat natuurlijk nooit allemaal goed. Je doet nooit alles goed. Het is altijd een grote worsteling. Mijn voorstelling Concert ging over een man die perfect probeert te zijn, zodat iedereen van hem houdt. Maar misschien houden mensen juist wel van de imperfectie. Want perfectie is eigenlijk een soort… dood.

Imperfectie is ook nauwelijks na te streven. Die man in de voorstelling kan niet expres dingen verkeerd gaan doen.

In Dogville durft Tom bijna niet meer uit te komen voor wat hij voelt. Hij moet zijn gevoelens helemaal hebben geanalyseerd, en dan kan hij ze in de vorm van een idee uiteenzetten. Hij kan niet gewoon zeggen dat hij verliefd is op Grace. Hij maakt daarmee bijna een concept van zichzelf. Ik herken het wel, dat je bezig bent met idealen en dat je daardoor heel conceptueel denkt, en ik denk ook niet dat je zo’n manier van denken bij jezelf kan veranderen. Maar je kunt dat ideaal natuurlijk wel aanpassen, zodat je in ieder geval kan zeggen wat je voelt. Een mooi moment in de film is als Chuck, het personage van Stellan Skarsgard, aan Grace opbiecht dat hij erover heeft gedacht om haar te chanteren. Chuck stelt zich kwetsbaar op en hij zegt eigenlijk tegen haar: ik ben imperfect. Door dat te delen maakt hij contact met haar, en dat geeft lucht.

Von Trier suggereert dat alle bewoners van Dogville er op dat moment over denken om misbruik te maken van de goedheid van Grace. Chuck is net een haar beter dan de anderen omdat hij tenminste niet hypocriet is. Maar uiteindelijk zijn alle mensen slijk. Het is een bittere pil hoor, deze film.

Wat denk jij zelf? Had jij in die situatie misbruik van haar gemaakt?

Dat weet ik niet.

Het is ook niet te zeggen. Het is alsof je wordt gevraagd of je goed of fout zou zijn geweest in de oorlog. Je hoopt natuurlijk dat je aan de goede kant had gestaan. Het lijkt een abstracte vraag, en waarschijnlijk hebben wij geen van beiden ooit in zo’n extreme situatie gezeten. Maar toch, in het klein hebben we waarschijnlijk veel van dat soort situaties meegemaakt.

Als iemand verliefd op je is waar je zelf niet verliefd op bent. Dat geeft een soort macht. En het is soms verleidelijk om de grenzen van die macht af te tasten.

Absoluut.

Daar ben ik niet trots op.

Ik ook niet. Ik ben daar ook niet trots op.

3 gedachtes over “Filmgesprek: Thijs en Maurice kijken ‘Dogville’

  1. Leuk Maurice.
    Volgens Karen Armstrong is het universele adagium voor het ‘goede’ leven in iedere ‘levensvatbare’ levensovertuiging: ‘behandel de ander, zoals je zelf behandelt wenst te worden.’ Is dat arrogant?
    In dat licht bezien wordt iedere handeling een keuze. Ook kwetsbaarheid, of bescheidenheid. En iedere handeling zal op zijn grondslag; universeel – of eigen gewin; het goede of kwade, door de ‘ander’, de zogenaamde ‘naaste’, beoordeeld mogen worden. Er bestaat geen ‘verstoppen’ of ‘bescheiden verdwijnen’. Vluchten kan niet meer….
    groetjes,
    Vera

  2. Net als “melancholia”, toch een soort Ibsen revisited…Al vindt ik in zijn oudere films ook humor en zachtmoedigheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *